Je opent Google Analytics en ziet een bouncepercentage van 62 procent. Is dat slecht? Moet de homepage op de schop? Of zegt het getal weinig? Die vragen horen we vaak, en het eerlijke antwoord is dat het getal op zichzelf weinig zegt. De bounce rate wordt pas nuttig als je weet hoe hij is gedefinieerd, op welke pagina je kijkt en welk verkeer daar binnenkomt.
In dit artikel lees je wat bounce rate is, hoe je het bouncepercentage berekent, wat er veranderde met GA4 en waarom er geen universeel goed percentage bestaat, met de enige GA4-benchmark die we vonden die zijn bron noemt. Je leest hoe je het meet in GA4, Google Ads en Meta, wat echt helpt om het te verlagen en welke fouten we het vaakst zien. Bij Viralistic ontwerpen en bouwen we websites in Figma en Astro, en we meten elke site op wat je bedrijf verder helpt: aanvragen, de kwaliteit daarvan en wat een nieuwe klant kost. Het bouncepercentage is daarin een signaal, nooit het doel.
Wat is bounce rate?
Bounce rate is het aandeel bezoeken waarin iemand op je website landt en weer vertrekt zonder er iets mee te doen. In het Nederlands heet het bouncepercentage. Je komt ook de varianten bounce percentage, bouncerate en weigeringspercentage tegen. Een bounce is letterlijk een stuiter: de bezoeker komt binnen en stuitert terug, vaak naar de zoekresultaten.
Wat precies als bounce telt, verschilt per tool. In Google Analytics 4 (GA4) is een bounce een sessie zonder engagement. Volgens de Analytics-help van Google heeft een sessie engagement als die aan minstens één van drie voorwaarden voldoet: de sessie duurt langer dan 10 seconden, er vindt een belangrijke gebeurtenis plaats (bijvoorbeeld een verstuurd formulier), of de bezoeker bekijkt 2 of meer pagina’s. Voldoet een sessie aan geen van de drie, dan is het een bounce. Google noemt het bouncepercentage daarom letterlijk het tegenovergestelde van het engagementpercentage.

Bounce rate berekenen
Je berekent het bouncepercentage door het aantal sessies zonder engagement te delen door het totale aantal sessies, en de uitkomst met 100 te vermenigvuldigen.
Bouncepercentage = (sessies zonder engagement ÷ alle sessies) × 100
Omdat GA4 het bouncepercentage definieert als het omgekeerde van het engagementpercentage, kun je het ook zo schrijven:
Bouncepercentage = 100% - engagementpercentage
Een rekenvoorbeeld. Een dienstpagina krijgt in een maand 2.000 sessies. Daarvan hebben 1.100 sessies engagement. Het engagementpercentage is dan 1.100 ÷ 2.000 = 55 procent, en het bouncepercentage 45 procent. Uit diezelfde 2.000 sessies komen 24 aanvragen: 1,2 procent van alle sessies, of 2,18 procent van de sessies met engagement. Dat laatste getal vertelt je meer over de pagina dan de bounce rate zelf. Het laat zien of de mensen die blijven, ook iets doen.
Met de calculator hieronder reken je het uit voor je eigen pagina. De standaardwaarden zijn die uit het voorbeeld.
- Engagementpercentage
- 55,0%
- Bouncepercentage
- 45,0%
- Aanvragen per 100 sessies
- 1,20
- Aanvragen per 100 sessies met engagement
- 2,18
Je invoer klopt. Kijk vooral naar de aanvragen: die vertellen je of de pagina werkt.
Bouncepercentage in GA4 en Universal Analytics
Het bouncepercentage in GA4 meet iets anders dan de bounce rate die je kent uit Universal Analytics. In Universal Analytics was een bounce een sessie met één enkele pagina, of preciezer: een sessie die maar één verzoek naar de Analytics-server stuurde. Wie een artikel vijf minuten las en daarna wegklikte, telde als bounce. GA4 telt diezelfde lezer als betrokken bezoeker, omdat de sessie langer dan 10 seconden duurde.
Universal Analytics stopte op 1 juli 2023 met het verwerken van gegevens voor standaardproperty’s, en sinds juli 2024 zijn ook de historische gegevens niet meer toegankelijk. Vergelijk je een bouncepercentage van nu met een cijfer uit een oude export, dan vergelijk je twee verschillende definities.
Een rekenvoorbeeld maakt het verschil zichtbaar. Een blogartikel krijgt 1.000 sessies. In 700 daarvan bekijkt de bezoeker alleen dat artikel. Universal Analytics noteert een bounce rate van 70 procent. Van die 700 lezers blijven er 400 langer dan 10 seconden. GA4 telt die als sessies met engagement, dus blijven er 300 bounces over: een bouncepercentage van 30 procent. Aan de bezoekers is niets veranderd, alleen aan de manier waarop ze worden geteld.
| Bouncepercentage | |
|---|---|
| Universal Analytics | 70% |
| GA4 | 30% |
Rekenvoorbeeld: 1.000 sessies op één blogartikel, waarvan 700 met één pagina en 400 daarvan langer dan 10 seconden.
Wanneer is 10 seconden te kort?
De drempel van 10 seconden is alleen de standaardinstelling. In GA4 kun je hem verhogen via Beheerder, Gegevensstreams, je webgegevensstream en Taginstellingen instellen. Onder Alles tonen vind je De timer voor sessies met engagement aanpassen. Voor een pagina met lange teksten of een prijspagina kan een hogere drempel eerlijker zijn: wie na 12 seconden vertrekt, heeft je verhaal niet gelezen. Verander de timer bij voorkeur één keer en noteer de datum. Elke wijziging maakt je cijfers van voor en na die datum onvergelijkbaar.
Andere tools, andere definities
Gebruik je naast of in plaats van GA4 een andere analysetool, dan krijg je voor hetzelfde gedrag een ander getal. Elke tool definieert een bounce op zijn eigen manier.
| Tool | Wanneer telt een bezoek als bounce? |
|---|---|
| Google Analytics 4 | Sessie van maximaal 10 seconden (instelbaar), zonder belangrijke gebeurtenis en met 1 pagina |
| Universal Analytics (gestopt) | Sessie met één enkel verzoek naar Analytics, meestal één pagina zonder verdere interactie |
| Plausible | Bezoek met één pagina en zonder interactief custom event, ongeacht hoe lang iemand blijft |
| Vercel Web Analytics | Sessie met één pagina; custom events tellen niet mee |
| Contentsquare | Bezoek met maar één paginaweergave, hoeveel interactie er op die pagina ook was |
| Adobe Analytics | Bezoek dat precies één hit bevat |
Wat is een goed bouncepercentage?
Een goed bouncepercentage bestaat niet als één getal. Of 45 of 70 procent goed is, hangt af van het type pagina, de bron van het verkeer, het apparaat en wat de bezoeker kwam doen. Online circuleren lijstjes als “26 tot 40 procent is uitstekend”, maar die noemen zelden een bron, een jaartal of de meetmethode. Onder GA4 meten ze bovendien iets anders dan toen ze werden opgesteld.
Eén benchmark noemt wel bron en periode. De content marketing benchmarks van Databox gebruiken GA4-data uit september 2024 en komen uit op een mediaan bouncepercentage van 44,04 procent over alle branches. Consultancy en zakelijke dienstverlening, de categorie die het dichtst bij de meeste premium dienstverleners ligt, zit op 47,84 procent. De pagina vermeldt niet hoeveel accounts er in de steekproef zitten, dus zie het als een ruw midden, niet als doel.
| Mediaan bouncepercentage | |
|---|---|
| Kleding en schoenen | 35,8% |
| E-commerce | 38,6% |
| Zorg | 40,9% |
| Vastgoed | 42,1% |
| Consultancy en zakelijke diensten | 47,8% |
| IT en diensten | 48,4% |
Bron: Databox, Content Marketing Benchmarks by Industry (GA4-data, september 2024)
De verkeersbron weegt zwaar. In de 2025 Digital Experience Benchmark van Contentsquare, gebaseerd op 90 miljard sessies op 6.000 websites (vierde kwartaal 2024 tegenover dat van 2023), zagen bedrijven die meer op betaalde social media leunden hun bounce rates met 9,2 procent stijgen. Hun paginaweergaven daalden met 8,7 procent en hun conversies met 10,6 procent. Contentsquare telt een bezoek van één pagina als bounce, dus het percentage is niet een-op-een te vergelijken met GA4. De richting is wel duidelijk: meer betaald verkeer is niet automatisch beter verkeer.

Per paginatype betekent een bounce iets anders. Deze tabel helpt je bepalen waar je in plaats daarvan naar kijkt.
| Paginatype | Wat een bounce meestal betekent | Waar je beter naar kijkt |
|---|---|---|
| Blogartikel of kennispagina | Vaak een lezer die zijn antwoord vond en in minder dan 10 seconden weer weg was | Engagementduur, klikken naar een dienstpagina |
| Homepage | Een bezoeker die niet zag waar hij heen moest | Klikken naar je belangrijkste pagina’s |
| Dienstpagina | Twijfel over het aanbod, de prijs of je betrouwbaarheid | Klikken naar contact, aanvragen per sessie |
| Landingspagina voor campagnes | Een mismatch tussen wat de advertentie belooft en wat de pagina laat zien | Aanvragen per klik, kosten per aanvraag |
| Contactpagina | Soms juist succes: iemand ziet je telefoonnummer en belt | Klikken op telefoon en e-mail, gemeten als gebeurtenis |
| Productpagina in een webshop | Prijs, levertijd of beelden overtuigen niet | Toevoegingen aan het winkelmandje, omzet per sessie |
De nuttigste vergelijking is die met jezelf: dezelfde pagina, dezelfde verkeersbron, een vorige periode. En kijk altijd naar wat erachter komt. Voor een premium dienstverlener is een bouncepercentage van 60 procent met tien goede aanvragen per maand beter dan 35 procent met twee.
Bounce rate meten in GA4, Google Ads en Meta
GA4 laat het bouncepercentage standaard in de meeste rapporten niet zien. Google Ads en Meta Ads Manager tonen het helemaal niet onder die naam. Zo vind je het toch, en wat je ervoor in de plaats gebruikt.
Bouncepercentage in GA4 vinden
Je voegt het bouncepercentage zelf toe aan een detailrapport. Daarvoor heb je de rol Bewerker of Beheerder nodig.
- Ga in GA4 naar Rapporten en open een detailrapport, bijvoorbeeld Engagement, Landingspagina.
- Klik rechtsboven op het potlood om het rapport aan te passen.
- Kies Statistieken, klik op Statistiek toevoegen en voeg Engagementpercentage en Bouncepercentage toe.
- Klik op Toepassen en sla de wijziging op in het huidige rapport.
Het rapport Landingspagina is de beste plek, omdat een bounce altijd over de eerste pagina van een sessie gaat. Voeg de secundaire dimensie Sessiebron/-medium toe, dan zie je per landingspagina welk kanaal de bounces veroorzaakt. Wil je zien wat bezoekers na hun eerste pagina doen, gebruik dan een padverkenning met die landingspagina als startpunt.
Bouncepercentage in Google Ads
Google Ads toont geen bouncepercentage uit GA4. Koppel je GA4 aan Google Ads en importeer je de sitestatistieken, dan voeg je via het kolommenicoon de Google Analytics-kolommen toe: % sessies met engagement (GA4), Gebeurtenissen/sessie (GA4) en Gem. engagementduur per sessie (seconden) (GA4). De eerste is het spiegelbeeld van het bouncepercentage. Je ziet dan per campagne, advertentiegroep of zoekwoord of de klikken die je betaalt ook bezoekers opleveren die blijven.
Google geeft in die help zelf een voorbeeld. Een bloemist test twee advertentiegroepen met elk 1.000 vertoningen. De groep “verjaardagsboeketten” haalt een CTR van 8 procent, maar 60 procent van de bezoekers bouncet. De groep “verjaardagsbloemstukken” haalt 6 procent, met 30 procent bounce. Wie alleen naar de klikfrequentie kijkt, kiest de verkeerde groep.
- Advertentieklikken
- Bezoekers zonder bounce
| Advertentieklikken | Bezoekers zonder bounce | |
|---|---|---|
| Boeketten | 80 | 32 |
| Bloemstukken | 60 | 42 |
Voorbeeld uit de Google Ads-help: CTR 8% met 60% bounce tegenover CTR 6% met 30% bounce.
Let ook op het verschil tussen klikken en sessies. Klikt iemand op je advertentie en verlaat die de pagina voordat hij geladen is, dan telt Google Ads een klik en registreert Analytics geen sessie. Die bezoeker zie je dus nergens terug als bounce.
Bounce rate in Meta Ads Manager
Meta Ads Manager kent geen bouncepercentage. Vergelijk daar linkklikken met landing page views. Een landing page view telt pas als de pagina na de klik echt geladen is, en vraagt om een geïnstalleerde Meta-pixel. Is het verschil tussen de twee groot, dan haken mensen af voordat je pagina zichtbaar is. Dat is meestal een snelheidsprobleem. Voor het gedrag na het laden gebruik je GA4: geef je Meta-campagnes UTM-parameters mee, dan zie je in het rapport Landingspagina het engagement- en bouncepercentage per campagne.
Search Console als aanvulling
Google Search Console toont geen bouncepercentage, maar wel met welke zoekopdrachten mensen op een pagina terechtkomen. Leg die naast het bouncepercentage van dezelfde pagina in GA4. Een hoog percentage bij zoekopdrachten die niet passen bij wat de pagina belooft, wijst op een verkeerde verwachting en niet op een slechte pagina.
Waarom bezoekers bouncen
Bezoekers bouncen bijna altijd om een van vijf redenen: ze verwachtten iets anders, de pagina laadt te traag, ze begrijpen niet meteen wat je biedt, ze zien geen volgende stap, of je meting klopt niet.
De verkeerde verwachting is de grootste. Een advertentie, zoekresultaat of social post belooft iets wat de pagina niet laat zien. Google adviseert in zijn eigen help hetzelfde: komen bezoekers uit display-advertenties en bouncen ze, controleer dan of je advertenties passen bij de inhoud van je site. Dit is ook waarom een brede campagne een hoger bouncepercentage geeft dan een gerichte: je bereikt meer mensen voor wie de pagina niet bedoeld is.
Snelheid is de tweede. Wie op een witte pagina wacht, is weg voordat je tag laadt. Google gebruikt de Core Web Vitals als maat voor een goede ervaring: de grootste inhoud verschijnt binnen 2,5 seconde (LCP), de pagina reageert binnen 200 milliseconden op een klik of tik (INP) en de lay-out verspringt nauwelijks (CLS van 0,1 of lager), voor minstens 75 procent van de bezoeken.
De boodschap is de derde. Een bezoeker moet binnen een paar seconden zien wat je doet, voor wie en waarom het ertoe doet. Vage koppen laten de bezoeker het werk doen, en die bedankt daarvoor. Hier begint een lager bouncepercentage bij je brandscript, lang voordat er iets aan de pagina verandert.
Een ontbrekende volgende stap is de vierde. Een pagina zonder duidelijke link naar je diensten, een case of een contactmogelijkheid laat de bezoeker kiezen tussen scrollen en vertrekken. Op mobiel komen daar pop-ups en cookiebanners bij die de eerste schermvulling bedekken.
De vijfde is geen gedrag maar techniek. Pagina’s zonder tag, een formulier dat niet als belangrijke gebeurtenis is ingesteld, of een betaalpagina op een ander domein vertekenen het beeld. Google noemt het zelf: is een laag engagementpercentage een breed probleem, controleer dan eerst je meetcode.
Bouncepercentage verlagen: wat echt helpt
Een lager bouncepercentage is alleen een doel als de bounces je aanvragen kosten. Begin dus met de vraag welke pagina’s verkeer krijgen dat je wilt houden: je homepage, je dienstpagina’s en de landingspagina’s van je campagnes. Daar loont het. Bij een kennisartikel dat iemand in één keer helpt, is een bounce vaak een tevreden lezer.
Werk daarna in een vaste volgorde. Zorg eerst dat je meting klopt, zodat een verstuurd formulier, een klik op je telefoonnummer en een boeking als belangrijke gebeurtenis tellen. Breng dan de belofte van je advertentie of zoekresultaat en de eerste schermvulling van je pagina op één lijn. Maak de pagina snel. Geef elke pagina één duidelijke hoofdactie en logische interne links naar wat de bezoeker als volgende wil weten. Twijfel je tussen twee goede oplossingen en heb je genoeg verkeer, test ze dan met een A/B-test. Zo weet je het in plaats van te gokken. Hoe je dat betrouwbaar doet, lees je in onze gids over conversie optimalisatie.
Deze tabel koppelt het signaal in je data aan de eerste stap die we zouden zetten.
| Signaal in je data | Waarschijnlijke oorzaak | Eerste stap |
|---|---|---|
| Hoog op één kanaal, normaal op de rest | Targeting of belofte van dat kanaal klopt niet | Advertentie en landingspagina naast elkaar leggen |
| Hoog op mobiel, normaal op desktop | Trage laadtijd, pop-up of onleesbare eerste scherm | Core Web Vitals per apparaat bekijken in PageSpeed Insights |
| Hoog op één pagina met veel organisch verkeer | Zoekintentie en inhoud lopen uiteen | Zoekopdrachten in Search Console naast de pagina leggen |
| Groot verschil tussen linkklikken en landing page views | Pagina laadt te traag na een klik | Laadtijd van de landingspagina verbeteren |
| Plotselinge daling naar bijna 0 procent | Dubbel afgevuurde tag | Tagconfiguratie controleren voordat je iets viert |
| Laag bouncepercentage, toch weinig aanvragen | Het probleem zit verderop in de route | Klikken naar contact en het formulier zelf onderzoeken |
Hoe een goede route naar een aanvraag eruitziet voordat er iets wordt ontworpen, lees je in ons artikel over UX en UI design.
Bounce rate, exit rate en engagement rate
Bounce rate gaat over de eerste pagina van een sessie, exit rate over de laatste. Het exitpercentage (ook uitstappercentage) is het aandeel paginaweergaven van een pagina dat de laatste van een sessie was. Elke bounce eindigt op de pagina waar hij begon en is dus ook een exit, maar niet elke exit is een bounce. Een hoog exitpercentage op je bedankpagina is logisch. Op je offerteformulier is het een alarmsignaal.
Het bouncepercentage staat zelden alleen. Zo verhoudt het zich tot de metrics eromheen.
| Metric | Wat het meet | Wanneer het je helpt |
|---|---|---|
| Bouncepercentage | Aandeel sessies zonder engagement | Opsporen van pagina’s of kanalen waar verwachting en pagina botsen |
| Engagement rate | Aandeel sessies met engagement, het spiegelbeeld van bounce | Dezelfde vraag, positief geformuleerd, en zichtbaar in Google Ads |
| Exitpercentage | Aandeel weergaven van een pagina dat de laatste was | Vinden waar mensen in een route afhaken |
| CTR | Aandeel vertoningen dat een klik opleverde | Beoordelen of je advertentie of zoekresultaat aanspreekt |
| Conversieratio | Aandeel sessies of bezoekers dat converteert | Beoordelen of de pagina doet waarvoor hij bestaat |
| Kosten per lead | Advertentiekosten per aanvraag | Beslissen waar je budget naartoe gaat |
Het bouncepercentage is een diagnostische metric bovenin de trechter. Je KPI’s zitten onderin: aanvragen, hun kwaliteit, wat een nieuwe klant kost en bij een webshop de ROAS. Hoe je die kiest en rapporteert, staat in ons overzicht van marketing-KPI’s.
Veelgemaakte fouten met het bouncepercentage
De meest gemaakte fout is sturen op het gemiddelde van de hele site. Dat getal mengt blogartikelen, contactpagina’s en campagnepagina’s, en dus ook lezers die tevreden vertrekken en bezoekers die afhaken. Je weet pas iets als je per landingspagina en per kanaal kijkt.
De tweede fout is oude cijfers uit Universal Analytics naast GA4 leggen en concluderen dat de site ineens veel beter presteert. Het gedrag is niet veranderd, de definitie wel.
De derde fout is het getal kunstmatig omlaag duwen. Wie een scrollgebeurtenis of een automatisch afspelende video als belangrijke gebeurtenis markeert, ziet het bouncepercentage dalen zonder dat er één aanvraag bij komt. Een plotselinge daling naar bijna nul is meestal een meetfout: wordt je paginaweergave twee keer verstuurd, dan heeft elke sessie 2 paginaweergaven en telt GA4 elke sessie als betrokken. Wie first_visit of session_start als belangrijke gebeurtenis markeert, bereikt overigens niets: GA4 laat die gebeurtenissen buiten de berekening van sessies met engagement.
De vierde fout is het bouncepercentage als SEO-doel zien. John Mueller van Google zei het op Reddit zonder omwegen: “Google doesn’t use that for SEO, so if you’re focused on SEO, you can ignore that.” Wat wel telt voor je vindbaarheid, is of je pagina de zoekvraag beter beantwoordt dan de rest. Dat lees je in ons stappenplan om hoger in Google te komen.
De vijfde fout is vergeten wie je niet meet. Bezoekers die je cookies weigeren, meet GA4 afhankelijk van je toestemmingsinstellingen niet of maar beperkt. Je bouncepercentage gaat dus over een deel van je bezoekers, en dat deel kan anders zijn dan de rest.
Hoe wij helpen
Bij Viralistic beginnen we niet bij de bounce rate, maar bij de vraag wat je website moet opleveren. We richten je meting zo in dat aanvragen, telefoonklikken en boekingen als belangrijke gebeurtenis tellen, en we rapporteren wat ertoe doet: hoeveel aanvragen er binnenkomen, hoe goed ze zijn en wat een nieuwe klant kost. Het bouncepercentage gebruiken we als diagnose: het wijst ons de pagina’s en kanalen aan waar iets niet klopt.
Is het fundament nog niet gezond, dan is dat de eerste stap. Een helder brandscript, een snelle website en goede vindbaarheid lossen de meeste bounces op voordat er één advertentie draait. We ontwerpen in Figma en bouwen in Astro, en webdesignprojecten beginnen rond EUR 4.000. Lees hoe we werken in onze webdesign-aanpak. Draai je al campagnes, dan kijken we samen welke klikken bezoekers opleveren die blijven. Betaalde media zijn bij ons een accent op een gezond fundament, geen manier om geld in een lekkende emmer te gieten. Meer daarover lees je in onze marketingaanpak en in ons artikel over Google Ads uitbesteden. Eén strateeg houdt de regie, en een mens controleert elk stuk werk, ook als AI heeft geholpen.
Veelgestelde vragen
Wat is een normale bounce rate?
Een normale bounce rate bestaat niet als vast getal. In GA4 hangt het bouncepercentage af van het type pagina, de verkeersbron en het apparaat. Een kennisartikel bouncet anders dan een productpagina, en betaald social verkeer anders dan organisch zoekverkeer. Vergelijk daarom dezelfde pagina en dezelfde bron met een vorige periode, en kijk vooral of de pagina aanvragen of verkopen oplevert.
Wat betekent bounce?
Een bounce is een bezoek waarbij iemand op je website landt en vertrekt zonder er iets mee te doen, alsof hij terugstuitert. In GA4 is een bounce een sessie zonder engagement: niet langer dan 10 seconden, geen belangrijke gebeurtenis zoals een verstuurd formulier en minder dan 2 paginaweergaven. Bij e-mailmarketing betekent bounce iets anders: een mail die niet is afgeleverd.
Is een hoog bouncepercentage slecht?
Niet altijd. Een hoog bouncepercentage is slecht op pagina’s die bezoekers verder moeten helpen, zoals je homepage, dienstpagina’s en de landingspagina’s van campagnes. Op een kennisartikel of contactpagina kan een bounce juist betekenen dat iemand vond wat hij zocht. Beoordeel het percentage altijd per pagina en per kanaal, en samen met het aantal aanvragen.
Is een bounce rate van 42 procent goed?
Voor de meeste websites ligt 42 procent dicht bij het midden. De GA4-benchmark van Databox over september 2024 komt uit op een mediaan van 44,04 procent over alle branches, van 35,76 procent voor kleding tot 48,38 procent voor IT-diensten. Of het voor jou goed is, hangt af van de pagina: vergelijk hem met zijn vorige periode en zijn aanvragen.
Waarom is mijn bounce rate zo hoog?
Meestal omdat bezoekers iets anders verwachtten: een advertentie, zoekresultaat of social post beloofde iets wat het eerste scherm niet laat zien. Daarna volgen een trage pagina, een onduidelijke boodschap en een ontbrekende volgende stap. Kijk per landingspagina en kanaal, en controleer of formulieren en telefoonklikken als belangrijke gebeurtenis tellen.
Wat betekent een bouncepercentage van 100 procent?
Een bouncepercentage van 100 procent betekent dat geen enkele sessie engagement had. Bij een pagina met weinig verkeer kan dat toeval zijn. Bij een pagina met veel verkeer wijst het meestal op een meetprobleem, zoals een ontbrekende tag of een formulier op een ander domein, of op een pagina die niet laadt. Controleer eerst je meting voordat je de pagina aanpast.
Is bounce rate een rankingfactor in Google?
Nee. John Mueller van Google zei dat Google het bouncepercentage niet gebruikt voor SEO en dat je het kunt negeren als je op SEO focust. Bovendien gebruikt lang niet elke website Google Analytics. Wat wel telt, is of je pagina de zoekvraag goed beantwoordt. Een hoog bouncepercentage kan daar wel een signaal van zijn voor jezelf.
Wat is het verschil tussen bounce rate en exit rate?
Bounce rate gaat over de eerste pagina van een sessie: het aandeel sessies zonder engagement. Exit rate gaat over de laatste pagina: het aandeel weergaven van een pagina waarna de bezoeker vertrok, hoeveel pagina’s hij daarvoor ook bekeek. Elke bounce is ook een exit, maar niet andersom. Een hoge exit rate op een bedankpagina is normaal, op een formulier niet.
Hoe verlaag ik mijn bouncepercentage?
Begin bij je meting, zodat aanvragen en telefoonklikken als belangrijke gebeurtenis tellen. Laat daarna de belofte van je advertentie of zoekresultaat aansluiten op het eerste scherm van je pagina, maak de pagina snel en geef één duidelijke volgende stap. Test grotere wijzigingen met een A/B-test als je genoeg verkeer hebt. Verlaag het percentage nooit door onbelangrijke gebeurtenissen mee te tellen.
Geschreven door
Oprichter van Viralistic en officieel n8n Ambassador
Marrallisa leidt vanuit Amsterdam strategie, design, vindbaarheid en automatisering voor premium merken. Ze trainde teams bij Volkswagen en spreekt op events van n8n en Anthropic. Wil je jouw situatie doorspreken? Plan direct een gesprek met haar.