Elk marketingdashboard staat vol cijfers. Bezoekers, klikken, volgers, vertoningen, kosten per klik. Toch kan bijna niemand na het lezen zeggen of het goed gaat met het bedrijf. Dat ligt zelden aan te weinig data. Het ligt eraan dat niemand heeft gekozen welke paar getallen ertoe doen, en wat je doet als ze bewegen.
Daar zijn KPI’s voor. In dit artikel lees je wat een KPI is, hoe hij verschilt van een metric, een doel en een kritische succesfactor, en hoe je per doel de juiste kiest. Je vindt een overzicht van alle marketing-KPI’s per doel, met per begrip een eigen uitleg, een rekenvoorbeeld van klik tot klant en de plekken in GA4, Google Ads en Search Console waar je de cijfers vindt. Bij Viralistic rapporteren we over wat telt voor je bedrijf: het aantal aanvragen, hoe goed die zijn en wat een nieuwe klant je kost. Hieronder lees je waarom juist die drie.
Wat is een KPI?
Een KPI is een meetbare waarde die laat zien of je op koers ligt naar een doel dat er echt toe doet. KPI staat voor key performance indicator, in het Nederlands kritieke prestatie-indicator. Het woord dat het werk doet, is “key”: van alle cijfers die je kunt meten, zijn er maar een paar bepalend voor je resultaat.
Een bruikbare KPI heeft altijd een definitie (wat tel je precies, en in welke bron), een beginwaarde en een doelwaarde met een termijn. “Conversieratio” is daarom nog geen KPI. “Het percentage bezoekers dat een offerte aanvraagt, gemeten in GA4, van 1,5% naar 2,5% in de komende twee kwartalen” wel. Pas dan weet iedereen wat er gemeten wordt en wanneer je tevreden mag zijn.

De betekenis van een KPI verschilt per bedrijf. Voor een webshop kan de brutowinst na advertentiekosten de belangrijkste KPI zijn, voor een architectenbureau het aantal serieuze aanvragen per maand. Hetzelfde getal is bij het ene bedrijf een KPI en bij het andere een detail. Een lijst met “de 50 beste KPI’s” helpt je daarom maar half: de keuze begint bij jouw doel.
KPI, metric, doel en KSF: het verschil
Een doel zegt waar je heen wilt. Een kritische succesfactor (KSF) zegt wat daarvoor moet lukken. Een KPI laat zien of het lukt. Een metric is elk ander getal dat je kunt meten. Alle KPI’s zijn metrics, maar de meeste metrics zijn geen KPI.
| Begrip | Wat het is | Voorbeeld voor een architectenbureau |
|---|---|---|
| Doel | Wat je wilt bereiken, met een termijn | 20% meer nieuwe opdrachten in 2027 |
| Kritische succesfactor (KSF) | Wat moet lukken om het doel te halen | Gevonden worden door mensen die nu een architect zoeken |
| KPI | Het getal dat laat zien of je op koers ligt | Aantal gekwalificeerde aanvragen per maand |
| Metric of PI | Elk meetbaar getal dat iets verklaart | Organische klikken, CTR, engagementpercentage |
| OKR | Een methode: een doel met een paar meetbare kernresultaten, vaak per kwartaal | Doel “het bekendste bureau in Amsterdam-Zuid”, kernresultaat 40 aanvragen |
Het onderscheid is geen woordspel. Een metric vertelt je waarom een KPI beweegt. Stijgt je klikfrequentie terwijl je aanvragen gelijk blijven, dan heb je een interessante metric en geen resultaat. In boeken over prestatiemeting kom je ook PI (prestatie-indicator) en KRI (kritieke resultaatindicator) tegen. In de praktijk komt het op hetzelfde neer: een handvol KPI’s om op te sturen, met daaronder de cijfers die verklaren wat er gebeurt.
Zo kies je de juiste KPI’s
Begin bij het bedrijfsdoel, niet bij de tool. Kies per doel één leidende KPI, je noordster, en zet daar twee of drie ondersteunende cijfers onder die je vroeg waarschuwen. Deze volgorde werkt in de praktijk:
- Schrijf het bedrijfsdoel op in één zin, met een termijn.
- Bepaal welke uitkomst bewijst dat je het doel haalt. Dat is je noordster-KPI.
- Kies twee of drie cijfers die eerder bewegen dan de noordster, zodat je op tijd kunt bijsturen.
- Leg per KPI vast: de definitie, de bron, de beginwaarde, de doelwaarde, de eigenaar en wanneer je meet.
- Spreek vooraf af welke beslissing je neemt als de KPI boven of onder de lijn uitkomt.
De laatste stap wordt het vaakst overgeslagen. Een KPI waar geen beslissing aan hangt, is een cijfer om naar te kijken, en dat maakt een rapport lang zonder dat er iets verandert.
Maak het doel SMART
SMART komt van George T. Doran, die het acroniem in november 1981 introduceerde in het tijdschrift Management Review. In het Nederlands lees je het meestal als specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden. Bij Doran stond de A voor “assignable”: toewijsbaar aan iemand. Die oorspronkelijke betekenis is de moeite waard, want een KPI zonder eigenaar wordt door niemand bewaakt.
Let op wat je SMART maakt. Het doel moet SMART zijn. De KPI is het meetinstrument waarmee je ziet of je het haalt. “Meer naamsbekendheid” is geen doel. “In 2027 komen er elke maand 40 aanvragen binnen via mensen die ons in Google vonden” wel, en dan is het aantal aanvragen uit organisch zoekverkeer vanzelf je KPI.
Eén noordster per doel
Twee leidende KPI’s voor hetzelfde doel trekken vroeg of laat aan elkaar. Stuur je tegelijk op zoveel mogelijk aanvragen en op zo laag mogelijke kosten per aanvraag, dan weet niemand wat er moet gebeuren als het ene stijgt en het andere ook. Met één noordster per doel is elke afweging terug te brengen tot één vraag: helpt dit de noordster vooruit?
Voor de meeste dienstverleners is die noordster het aantal gekwalificeerde aanvragen of de kosten per nieuwe klant. Voor een webshop is het vaak de brutowinst na advertentiekosten. Omzet en bezoekers zijn bijna nooit een goede noordster, omdat ze kunnen groeien terwijl je minder verdient.
Voorlopende en achterlopende indicatoren
Een achterlopende indicator (lagging) meet een resultaat dat al vaststaat, zoals het aantal nieuwe klanten in het afgelopen kwartaal. Een voorlopende indicator (leading) beweegt eerder en geeft een signaal over wat er komt, zoals het aantal aanvragen deze week of de vertoningen in Google voor je belangrijkste diensten. Je noordster is meestal achterlopend. De ondersteunende cijfers kies je voorlopend, zodat je niet pas na drie maanden ontdekt dat er iets misging.
Hoeveel KPI’s heb je nodig?
Minder dan je denkt. Eén noordster per doel met twee of drie ondersteunende cijfers is genoeg, en een klein bedrijf heeft zelden meer dan twee of drie doelen tegelijk. Past je overzicht niet op één scherm, dan meet je waarschijnlijk dingen die niemand gebruikt.
Marketing-KPI’s per doel
Welke marketing-KPI’s je kiest, hangt af van je doel: bekendheid, verkeer, leads, verkoop of klantbehoud. De tabel hieronder geeft per doel de KPI’s die ertoe doen. Elk begrip linkt naar een eigen artikel met de formule, een rekenvoorbeeld, een calculator en wat een goede waarde is.
| Doel | De vraag die je beantwoordt | KPI’s | Waar je het meet |
|---|---|---|---|
| Bekendheid | Zien de juiste mensen ons? | CPM, impressieaandeel, engagement rate | Google Ads, Meta Ads Manager, Search Console |
| Verkeer | Komen ze naar de website, en blijven ze? | CTR, CPC, bouncepercentage, kwaliteitsscore (als diagnose) | Search Console, Google Ads, GA4 |
| Leads | Worden bezoekers aanvragen? | conversieratio, CPL, CPA | GA4, Google Ads, je CRM |
| Verkoop | Levert het omzet en winst op? | ROAS, POAS, gemiddelde orderwaarde, ROI | Google Ads, je webshop, je boekhouding |
| Klantbehoud | Wat is een klant waard, en wat kost hij ons? | customer lifetime value, CAC, herhaalaankopen, Net Promoter Score | Je CRM en je boekhouding |
Samen vormen deze doelen een trechter. Bovenin zijn de cijfers snel beschikbaar en goedkoop te verbeteren, maar zeggen ze weinig over je bedrijf. Onderin zijn ze traag en lastiger te meten, maar zeggen ze alles. Een lage CPC is pas goed nieuws als die klikken aanvragen worden, en een hoge conversieratio pas als die aanvragen klanten worden.
Een paar verbanden helpen bij het lezen van de tabel. CPC, CTR en kwaliteitsscore verklaren wat je advertenties kosten, maar Google noemt de kwaliteitsscore zelf een diagnostisch hulpmiddel en geen KPI om op te sturen. Hoe dat werkt, lees je in wat SEA is en hoe Google Ads werkt. ROAS meet omzet per euro advertentiekosten, POAS brutowinst per euro en ROI het rendement op je totale investering: drie maten voor dezelfde vraag, met steeds minder ruimte om jezelf rijk te rekenen. Customer lifetime value en CAC horen bij elkaar. De verhouding tussen de twee vertelt je hoeveel je mag uitgeven om een klant binnen te halen. Harvard Business School Online noemt een verhouding van 3:1 tussen klantwaarde en CAC een gangbare maatstaf. Wat voor jou klopt, hangt af van je marge en je verkooptraject.
KPI’s voor zichtbaarheid in AI-antwoorden
Zichtbaarheid in de AI Overviews van Google, in ChatGPT en in Perplexity verdient een eigen regel op je dashboard, want steeds meer mensen lezen een antwoord voordat ze een lijst met links zien. Google rapporteert zijn AI-functies niet apart. Volgens de Engelstalige uitleg van Google over AI-functies tellen vermeldingen in AI Overviews en AI Mode mee in het prestatierapport van Search Console, onder het zoektype Web, samen met de rest van je zoekverkeer.
Twee andere cijfers vullen dat gat. In GA4 zie je aan sessies met bronnen als chatgpt.com en perplexity.ai hoeveel bezoekers via AI-assistenten binnenkomen. En een vaste set vragen die je klanten echt stellen, die je elke maand in de grote assistenten naloopt, laat zien of je merk genoemd en geciteerd wordt, en naast welke concurrenten. Zie beide als voorlopende indicatoren: ze laten zien of je meedoet in het gesprek voordat je het aan de aanvragen merkt. Hoe je die zichtbaarheid opbouwt, lees je in GEO-optimalisatie.
Rekenvoorbeeld: goedkopere leads, duurdere klanten
Stel: een interieurstudio test twee Google Ads-campagnes van elk EUR 3.000 per maand. Campagne A adverteert op brede zoekwoorden. Een klik kost gemiddeld EUR 2, dat levert 1.500 klikken op, 60 aanvragen (een conversieratio van 4%) en dus kosten per aanvraag van EUR 50. Twee van die aanvragen worden klant, en de kosten per nieuwe klant komen op EUR 1.500. Campagne B adverteert op specifieke zoekwoorden. Een klik kost EUR 3, dat levert 1.000 klikken op, 30 aanvragen (3%) en kosten per aanvraag van EUR 100. Drie aanvragen worden klant: EUR 1.000 per nieuwe klant.
Campagne A wint op elke tussenstap: goedkopere klikken, een hogere conversieratio en de helft van de kosten per aanvraag. Op het enige getal dat voor het bedrijf telt, verliest A. Wie op CPL stuurt, schuift budget naar de verkeerde campagne.
- Campagne A (breed)
- Campagne B (specifiek)
| Campagne A (breed) | Campagne B (specifiek) | |
|---|---|---|
| Kosten per aanvraag | € 50 | € 100 |
| Kosten per nieuwe klant | € 1.500 | € 1.000 |
Rekenvoorbeeld: twee campagnes van EUR 3.000 per maand
Reken het na met je eigen cijfers. De standaardwaarden hieronder zijn die van campagne B.
- Aanvragen per maand
- 30
- Kosten per aanvraag (CPL)
- € 100
- Nieuwe klanten per maand
- 3,0
- Kosten per nieuwe klant (CAC)
- € 1.000
Rekenvoorbeeld. Het percentage aanvragen dat klant wordt, haal je uit je CRM of je eigen administratie.
Of EUR 1.000 per nieuwe klant veel is, hangt af van wat een klant oplevert. Levert een opdracht gemiddeld EUR 8.000 brutowinst op, dan is het een goede deal. Levert hij EUR 800 op, dan verlies je op elke klant. Daarom eindigt elke KPI-boom bij de klantwaarde.
KPI’s voor een dienstverlener en een webshop
Een premium dienstverlener stuurt op het aantal en de kwaliteit van aanvragen en op de kosten per nieuwe klant. Een webshop stuurt op winst per bestelling en op hoe vaak klanten terugkomen. De trechter is dezelfde, maar de noordster en de valkuilen verschillen.
| Premium dienstverlener | Webshop | |
|---|---|---|
| Noordster-KPI | Gekwalificeerde aanvragen en kosten per nieuwe klant | Brutowinst na advertentiekosten (POAS) |
| Ondersteunende KPI’s | Conversieratio naar aanvraag, % aanvragen dat klant wordt | Conversieratio, gemiddelde orderwaarde, ROAS |
| Waar de data zit | GA4 en je CRM of mailbox | GA4, je webshop en Google Ads |
| Tijd tot een resultaat | Weken tot maanden, afhankelijk van je verkooptraject | Vaak binnen enkele dagen |
| Grootste valkuil | Aanvragen tellen zonder te kijken of ze iets waard zijn | Sturen op omzet zonder marge, verzendkosten en retouren |
| Klantwaarde | Waarde over de hele relatie, inclusief vervolgopdrachten | Herhaalaankopen over een of twee jaar |
B2B-teams splitsen leads vaak in marketing qualified leads (MQL’s) en sales qualified leads (SQL’s). Voor een premium dienstverlener vervult het aandeel aanvragen dat tot een offerte leidt dezelfde rol, zonder het jargon. Het lastigste stuk zit na het formulier. Google Ads en GA4 zien een aanvraag, maar niet of die aanvraag een opdracht werd. Die laatste stap leg je vast in je CRM, of op zijn minst in een eenvoudige lijst: wie vroeg aan, via welk kanaal, en werd het een klant. Zonder die koppeling kun je de kosten per nieuwe klant niet uitrekenen en stuur je blind op aanvragen. Hoeveel waarde je mag toekennen aan één aanvraag, reken je uit met de formule voor een doel-CPA in het artikel over SEA en Google Ads.
Een webshop heeft het omgekeerde probleem: er is te veel data. Google Ads toont omzet per campagne, maar geen marge en geen retouren. Een campagne met een hoge ROAS op producten met een dunne marge kan geld kosten, terwijl een campagne met een lagere ROAS op producten met een dikke marge winst maakt. Daarom is POAS voor veel webshops een betere noordster dan ROAS, met de gemiddelde orderwaarde en de klantwaarde als ondersteunende cijfers.
Zo meet je KPI’s in GA4, Google Ads en Search Console
Je meet marketing-KPI’s in drie lagen: Google Analytics 4 voor wat er op je website gebeurt, de advertentieplatforms voor wat je betaalt, en je CRM of boekhouding voor wat het oplevert. Geen van de drie geeft het hele beeld.
| Tool | Waar je kijkt | Wat je er meet |
|---|---|---|
| GA4 | Rapporten > Acquisitie > Verkeersacquisitie | Sessies, sessies met engagement, engagementpercentage, belangrijke gebeurtenissen en het activeringspercentage per kanaal |
| Google Ads | De kolommen in je campagneoverzicht | Conversies, Kosten/conv., Conv.perc. en Conv. waarde/kosten |
| Search Console | Het prestatierapport | Klikken, vertoningen, CTR en gemiddelde positie in Google |
| Meta Ads Manager | De kolommen Resultaten en Kosten per resultaat | Wat telt als resultaat, hangt af van je campagnedoel |
| CRM of boekhouding | Je eigen administratie | Welke aanvragen klant werden, omzet, marge en klantwaarde |
In GA4 markeer je de acties die belangrijk zijn voor je bedrijf, zoals een ingevuld contactformulier of een aankoop, als belangrijke gebeurtenis. Google heeft de naamgeving bewust gesplitst: wat in GA4 vroeger een conversie heette, heet nu een belangrijke gebeurtenis, en een conversie is de actie waarop je in Google Ads biedt en je campagnes beoordeelt. Een conversie maak je op basis van een belangrijke gebeurtenis. De uitleg van Google over conversies en belangrijke gebeurtenissen laat zien hoe die twee samenhangen. In het rapport Verkeersacquisitie zie je per kanaal het engagementpercentage. Het bouncepercentage is daar in GA4 precies het omgekeerde van.
In Google Ads lees je de KPI’s direct af in de kolommen. Kosten/conv. is je CPA, Conv.perc. je conversieratio, en Conv. waarde/kosten noemt Google zelf een schatting van het rendement op je investering, oftewel je ROAS als verhouding. Twee dingen uit de Google Ads Help over conversiekolommen zijn goed om te weten. De kolom Conversies kan gemodelleerde conversies bevatten als niet alles waarneembaar was. En als je Google Ads vergelijkt met GA4, verwacht Google verschillen van vaak tot 20%, vooral door verschillende attributiemodellen. Kies dus per KPI één bron en blijf daarbij.
Search Console is de bron voor je organische zichtbaarheid. Het prestatierapport toont standaard de afgelopen drie maanden aan klikken, vertoningen, CTR en gemiddelde positie, per zoekopdracht en per pagina. Vertoningen zijn hier een mooie voorlopende indicator: ze stijgen vaak voordat de klikken volgen. Hoe je die organische basis versterkt, lees je in SEO-optimalisatie.
Rapporteren: dashboard en ritme
Een goed KPI-dashboard past op één scherm, begint met de noordster en toont bij elk cijfer de doelwaarde en de trend. Kijk wekelijks naar de voorlopende cijfers en neem maandelijks of per kwartaal beslissingen op basis van de KPI’s zelf.

Je hebt er geen duur pakket voor nodig. Data Studio van Google, tot april 2026 Looker Studio, is gratis en haalt gegevens op uit GA4, Google Ads en Search Console. Voor een klein bedrijf werkt een gedeelde spreadsheet ook, zolang de definities kloppen. Zet op je dashboard in deze volgorde:
- bovenaan de noordster per doel, met de doelwaarde en de trend van de afgelopen maanden;
- daaronder de twee of drie voorlopende cijfers die de noordster verklaren;
- een vergelijking met dezelfde periode vorig jaar, zodat seizoenen je niet misleiden;
- per KPI de eigenaar en de afspraak wat er gebeurt bij een afwijking;
- een korte notitie in gewone taal: wat zagen we, en wat besluiten we.
Het ritme is net zo belangrijk als het dashboard. Wie dagelijks aan campagnes draait, maakt het de algoritmes moeilijk: volgens Google zet het vaak handmatig aanpassen van budgetten, doelen of conversiedoelen de leerperiode van 7 tot 14 dagen telkens opnieuw in gang.
| Ritme | Waar je naar kijkt | Welke beslissing je neemt |
|---|---|---|
| Wekelijks | Voorlopende cijfers, uitgaven en of de meting nog werkt | Fouten herstellen, niets fundamenteels veranderen |
| Maandelijks | De KPI’s tegen hun doelwaarde | Budget verschuiven, een nieuwe test starten |
| Per kwartaal | De noordster, de klantwaarde en de kosten per nieuwe klant | Kanalen, doelen en strategie herzien |
Zo werken we ook in onze marketingaanpak: eerst breed testen, dan samen naar de cijfers kijken en pas daarna budget verschuiven.
Veelgemaakte fouten met KPI’s
De meest gemaakte fout is sturen op cijfers die goed voelen maar niets beslissen. Volgers, bezoekers en vertoningen kunnen maandenlang stijgen terwijl er geen klant bijkomt. In het Engels heten ze niet voor niets vanity metrics. Ze horen op je dashboard als verklaring, niet als doel.
De tweede fout is een KPI zo hard najagen dat hij zijn betekenis verliest. Econoom Charles Goodhart beschreef dat effect, antropologe Marilyn Strathern vatte het in 1997 samen als: zodra een maatstaf een doel wordt, is het geen goede maatstaf meer. Beloon je een bureau op kosten per lead, dan krijg je goedkope leads. Het rekenvoorbeeld hierboven laat zien waar dat eindigt.
Een derde fout is cijfers uit verschillende bronnen naast elkaar leggen alsof ze hetzelfde meten. Google Ads, GA4 en Meta tellen elk op hun eigen manier, met hun eigen attributie. Vergelijk trends binnen één bron, niet absolute aantallen tussen bronnen.
Daarnaast oordelen veel bedrijven te vroeg. Conversies komen soms pas dagen na de klik binnen, en een campagne die net is aangepast, zit nog in de leerperiode. Gemiddelden verbergen bovendien veel: campagnes op je eigen merknaam halen bijna altijd betere cijfers dan campagnes die nieuwe klanten moeten vinden. Beoordeel die twee apart.
De laatste fout is conclusies trekken uit toeval. Stijgt je conversieratio na een nieuwe homepage, dan weet je nog niet of het door de homepage komt. Een A/B-test geeft je dat antwoord wel, zodat je weet in plaats van gokt. Hoe je dat betrouwbaar opzet, lees je in conversie-optimalisatie.
Hoe wij helpen
Viralistic is een strategische digitale partner in Amsterdam, opgericht en geleid door Marrallisa Kreijkes. We beginnen niet bij een dashboard, maar bij je doel en je fundament. Kun je in een paar minuten uitleggen welke waarde je bedrijf biedt? Werkt je website, en meet die wat er gebeurt? Word je gevonden in Google en in AI-antwoorden? Ontbreekt er een bouwsteen, dan is dat de eerste stap, en dat zeggen we je ook. Vaak begint het bij een helder brandscript of bij een website die bezoekers omzet in aanvragen.
Daarna beantwoorden we samen de vraag: wat is een KPI voor jouw bedrijf? Het antwoord is bijna altijd hetzelfde drietal: het aantal aanvragen, hoe goed die zijn en wat een nieuwe klant je kost. Bezoekers en posities horen erbij als context. Is het fundament gezond en heb je meer klanten nodig, dan zetten we Google Ads of Meta Ads in als accent bovenop dat fundament. We testen eerst breed, bespreken de cijfers samen met jou en beslissen dan samen waar het budget naartoe gaat. Een mens controleert elk rapport, ook als AI heeft geholpen bij het verzamelen van de cijfers. Lees meer over onze marketingaanpak, over SEO & AIO en over hoe je kanalen samenbrengt in een digitale strategie. Wil je weten wat je kunt verwachten als je het werk uitbesteedt, lees dan Google Ads uitbesteden.
Veelgestelde vragen
Wat is de Nederlandse vertaling van KPI?
KPI staat voor key performance indicator. In het Nederlands heet dat een kritieke prestatie-indicator, soms ook kernprestatie-indicator. Het gaat om de paar meetbare cijfers die bepalen of je een belangrijk doel haalt. In de praktijk gebruiken Nederlandse bedrijven bijna altijd de Engelse afkorting KPI, ook in Nederlandstalige rapporten.
Wat is het verschil tussen een KPI en een doelstelling?
Een doelstelling zegt waar je heen wilt, een KPI laat zien of je er komt. “Twintig procent meer nieuwe opdrachten in 2027” is een doelstelling. “Het aantal gekwalificeerde aanvragen per maand, gemeten in je CRM” is de KPI die je onderweg volgt. Zonder doel heeft een KPI geen richting, zonder KPI zie je niet of het doel dichterbij komt.
Hoe ziet een goede KPI eruit?
Een goede KPI hangt direct aan een bedrijfsdoel, heeft een duidelijke definitie en één vaste bron, een beginwaarde, een doelwaarde met een termijn en een eigenaar. Daarnaast moet je hem kunnen beïnvloeden en moet er een beslissing aan vastzitten. Kun je niet zeggen wat je doet als de KPI daalt, dan is het waarschijnlijk een metric en geen KPI.
Welke soorten KPI’s zijn er?
Een veelgebruikte indeling volgt de balanced scorecard van Robert Kaplan en David Norton uit 1992, met vier perspectieven: financieel, klant, interne bedrijfsprocessen en innovatie en leren, tegenwoordig meestal leren en groeien. Daarnaast onderscheid je voorlopende en achterlopende KPI’s. Marketing-KPI’s vallen vooral onder het financiële en het klantperspectief.
Wat zijn voorbeelden van KPI’s?
Voor marketing zijn veelgebruikte KPI’s de conversieratio, de kosten per lead (CPL), de kosten per acquisitie (CPA), ROAS, POAS, de gemiddelde orderwaarde, de customer lifetime value en de kosten per nieuwe klant (CAC). Buiten marketing zie je onder meer omzetgroei, brutomarge, klanttevredenheid en doorlooptijd. Welke voor jou een KPI is, hangt af van je doel.
Wat is het verschil tussen een KPI en een PI?
Een PI (prestatie-indicator) is elk cijfer dat iets zegt over een prestatie, zoals het aantal klikken of de gemiddelde sessieduur. Een KPI is een van de weinige PI’s die bepalend is voor een hoofddoel van je bedrijf. Elke KPI is dus een PI, maar niet andersom. Een PI verklaart, een KPI beslist: als die afwijkt, onderneem je actie.
Hoe formuleer je een goede KPI?
Begin met een SMART doel en beschrijf dan het getal dat bewijst dat je het haalt, inclusief bron en termijn. Bijvoorbeeld: “Het aantal gekwalificeerde aanvragen via de website, gemeten in ons CRM, groeit van 12 naar 20 per maand vóór 1 juli.” Daarin staan wat je meet, waar, de beginwaarde, de doelwaarde en de deadline.
Hoe bereken je een KPI?
Elke KPI heeft een eigen formule, meestal een deling. Kosten per lead zijn je advertentiekosten gedeeld door het aantal leads. Conversieratio is het aantal conversies gedeeld door het aantal bezoekers of klikken, maal 100%. ROAS is je conversiewaarde gedeeld door je advertentiekosten. Belangrijker dan de rekensom is dat je steeds dezelfde definitie en dezelfde bron gebruikt.
Hoe maak je een KPI-dashboard?
Kies eerst per doel je noordster en twee of drie ondersteunende cijfers. Koppel daarna je bronnen in een tool als Data Studio van Google, dat gratis werkt met GA4, Google Ads en Search Console, of begin met een spreadsheet. Zet de noordster bovenaan, toon bij elk cijfer de doelwaarde en de trend, en houd alles op één scherm.
Wat is het verschil tussen een KPI en een OKR?
Een OKR (objectives and key results) is een methode om doelen te stellen: een ambitieus doel met een paar meetbare kernresultaten, meestal per kwartaal. Een KPI is een meetinstrument dat je doorlopend volgt. Ze vullen elkaar aan. Een kernresultaat in een OKR is vaak een tijdelijke doelwaarde voor een KPI die je al meet.
Geschreven door
Oprichter van Viralistic en officieel n8n Ambassador
Marrallisa leidt vanuit Amsterdam strategie, design, vindbaarheid en automatisering voor premium merken. Ze trainde teams bij Volkswagen en spreekt op events van n8n en Anthropic. Wil je jouw situatie doorspreken? Plan direct een gesprek met haar.